Een onmisbaar onderdeel van goede slaapgewoonten zijn gunstige slaapassociaties. Heel simpel uitgelegd; gunstige slaapassociaties ontstaan met name bij het wakker in bed leggen van baby’s. Ongunstige slaapassociaties ontstaan vaak bij het niet wakker in bed leggen van baby’s.

Slaapproblemen bij baby’s zijn vaak gerelateerd aan ongunstige slaapassociaties. Heeft je baby vrijwel alleen ongunstige slaapassociaties aangeleerd, dan wil je baby vaak nog wel ’s nachts slapen, maar vrijwel niet meer overdag. Na een paar maanden worden ongunstige slaapassociaties pas echt een probleem. Dan zie je dat baby’s zelfs ’s nachts niet meer zonder hulp door willen slapen. Ze hebben dan niet geleerd om zelf in slaap te vallen.

Baby’s en kinderen leren om omstandigheden waar ze gewend aan zijn geraakt te koppelen aan het in slaap vallen. Hierbij kun je denken aan de eigen slaapkamer of het liggen in het eigen wiegje of ledikant. Dit zijn omstandigheden die hetzelfde blijven als je baby midden in de nacht wakker wordt.

Door je baby herhaaldelijk op zijn eigen slaapplek te slapen te leggen wanneer je baby nog wakker is, voelt je baby zich veilig wanneer hij tussentijds eventjes lichtjes wakker wordt. De slaapplek was immers het laatste wat hij zag, voelde en rook toen hij in slaap viel. In de tussentijd is er niets veranderd. Gunstige slaapassociaties zijn omstandigheden tijdens het inslapen waar je baby gewend aan is geraakt en maken dat je baby zonder jouw hulp (weer) in slaap kan komen.

Af en toe slapen op een andere slaapplek kan prima. Met name baby’s die hebben geleerd om wakker in slaap te vallen, leren zichzelf ook troostende handelingen aan. Deze handelingen heeft een baby altijd bij de hand. Denk aan sabbelen aan het handje, een beetje heen- en weer wiegen met het hoofdje, knipperen met de oogleden en het ritmisch kreunen (zichzelf in slaap zingen). Deze troost mechanismen ontwikkelt je baby gedurende de maanden verder uit.

Met ongunstige slaapassociaties worden die associaties bedoeld waarbij je baby jouw hulp nodig heeft om in slaap te vallen. Voed jij je baby bijvoorbeeld altijd in slaap, dan raakt je baby gewend aan jouw borst, geur en omarming als inslaap hulp. Op den duur kan dat tot slaapproblemen leiden. Met name wanneer je het vaker wel dan niet op die manier doet. De gewenning maakt dat er op den duur alarmbellen bij je baby afgaan als hij tussentijds wakker wordt: “Help!!! Dit ben ik niet gewend, kom terug borst, melk, geur en omarming!!” Je baby heeft jou dan nodig om weer in slaap te komen.

Wiegen en nog even kort de borst geven voor het slapen gaan zijn op zichzelf geen ongunstige slaapassociaties. Je kunt je baby namelijk alsnog wakker te slapen leggen. Daarom passen ze goed in een kalmerings ritueel om je baby tot rust te brengen. Je baby kan dan nog steeds alert genoeg zijn om andere omstandigheden met het in slaap vallen te associëren. Sterker nog, wanneer je deze handelingen consequent uitvoert voor het slapen gaan, kun je ze scharen onder een slaapritueel. Daarover later meer op pagina 6.

[restrict paid=true]
Een speen kan zowel een gunstige- als een ongunstige slaapassociatie zijn. Een speen valt na enkele minuten slapen vanzelf uit het mondje van je baby. Kan je baby zelf weer de speen in de mond doen, dan is de speen een gunstige slaapassociatie. Helaas gaan er enkele maanden overheen voordat je baby daartoe in staat is.

Ondanks de eventuele nadelen is een speen een belangrijk redmiddel  wanneer je baby lastig te troosten is. Het goede nieuws is dat je er alsnog een gunstige slaapassociatie van kan maken. Dat doe je door de speen zoveel als mogelijk alleen te gebruiken als kalmeringsmiddel bij het inslapen. Probeer het in ieder geval bij 50% van de slaapjes vol te houden. Als je baby al wat doezelig van de slaap is, kun je proberen de speen uit het mondje van je baby te halen voordat je baby daadwerkelijk in slaap valt. Daarmee verminder je de kans dat de speen als doorslaap hulp wordt gebruikt. En dat verkleint weer de kans dat je er ’s nachts uit moet om de speen aan je baby terug te geven.[/restrict]

[restrict paid=true]
Geef je baby niet meteen de speen als je baby erg overstuur is. De kans is dan namelijk groot dat je baby de speen niet accepteert. Probeer je baby daarom eerst op een andere manier te troosten. Is je baby deels gekalmeerd? Dan kan de speen het extra zetje geven dat je baby nodig heeft om te kalmeren en getroost te blijven. Zie ook pagina 23 voor de speen als laatste onderdeel van een effectieve kalmerings methode.[/restrict]

[restrict paid=true]
Voor een oude baby is het leren in slaap vallen een stuk lastiger dan voor een jonge baby. Ik ben van mening dat je het beste een dag na de geboorte al langzaam kunt starten met het wakker te slapen leggen van je baby. Positieve slaapassociaties kunnen dan geleidelijk ontstaan. Ook went je baby op deze manier aan het wakker in bed gelegd worden in een periode dat hij nog nauwelijks besef heeft van jouw afwezigheid. De kans is groot dat het met relatief weinig traantjes slaagt, als je baby daarbij ook andere goede slaapgewoonten krijgt aangeleerd.
[/restrict]

[restrict paid=true]De kunst is om het wakker te slapen leggen langzaam op te bouwen. Leg je baby niet te moe en niet te wakker in bed bij ongeveer 50% van de slaapjes. Op pagina 27 lees je meer over hoe het wakker in bed leggen van je jonge baby de meeste kans van slagen heeft.
[/restrict]